Slachtoffers
Piet Weij
In Velsen zijn straatnamen vernoemd naar verzetshelden. Op vaak onverklaarbare wijze ontbreken er namen van verzetsstrijders. Cees Weij, zoon van Piet, is al lange tijd bezig in Velsen een straat naar zijn vader vernoemd te krijgen.
Piet Weij wordt op 22 november 1903 in Velsen geboren. Hij groeit op in een gezin waarin sterk wordt meegeleefd met het gedachtegoed van Domela Nieuwenhuis. Hij monstert op jonge leeftijd aan op de Grote Vaart en bezoekt Noord- en Zuid Amerika. Na enige
jaren kiest hij voor een baan aan de wal en is eind twintiger jaren winkelier.
Hij raakt na het aan de macht komen van Hitler in 1933 en door het proces over de Rijksdagbrand politiek geïnteresseerd. Hij vindt dat er politiek een keuze gemaakt moet worden. Hij helpt gevluchte Duitsers zowel joodse als communistische. Hij doet zijn zaak over aan familieleden en vindt een baan op de Hoogovens. Is actief in de vakbond en wordt in 1935 lid van de CPN.
Als de Hoogovendirectie verbiedt "extremisten" aan het werk te houden weigert hij zijn politieke overtuiging te verloochenen en wordt ontslagen. Wordt secretaris van de CPN en in 1939 als gemeenteraadslid van Velsen gekozen.
Vanaf het begin van de oorlog organiseert hij de verspreiding van de illegale krant "De Waarheid".
Hij regelt onderduikadressen voor de gevluchte Duitsers en financiële hulp. Hij verspreidt manifesten tegen de uitzending naar Duitsland en roept bij de bouwprojecten van de Duitse wehrmacht op tot verzet.
Nadat hij in 1941 lange tijd is ondergedoken in het Westland komt hij in 1942 weer thuis wonen. Zijn "vrienden bij de politie" zo verzekert hij het thuisfront zullen hem tijdig waarschuwen. In de nacht van 21 op 22 januari 1943 komen diezelfde "vrienden bij de politie" hem van huis halen. Politieman Noorman en twee anderen aan de voordeur en Duitse soldaten aan de achterdeur.
Zijn afscheidsbrief adresseert hij aan de Wed. P.Weij.
zie ook: http://www.velseraffaire.nl/1943/DreamHC/Pagina11.html
Velsense slachtoffers
In de gemeente Velsen zijn tijdens en vlak na de 2e Wereldoorlog vele slachtoffers gevallen.
Op deze plaats willen we de namen verzamelen van al diegenen die uit Velsen afkomstig waren of op Velsens grondgebied zijn omgekomen, maar ook verzetsstrijders, die de oorlog hebben overleefd en later zijn gestorven.
Zonder uw hulp zal deze lijst nooit volledig worden. We hopen dan ook dat u door ons niet vermelde personen, die volgens u wel een vermelding verdienen, aan ons wilt
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
.
Minimaal de personalia met en korte beschrijving van zijn/haar verdienste of lot.
De verzetsmensen die geëerd zijn met een straatnaam volgen hieronder:
- Beem van, Johannes Theodorus Nicolaas
- Biallosterski, Tobias
- Bonekamp, Johannes Lambertus
- Broekhuijsen van, Henricus Gerhardus
- Coté, Johannes Pieter
- Dinkgreve, Wilhelmus Theodorus Antonius
- Does van der, Cornelis Pieter Johannes Maria
- Gjertsen, Adriaan Jacobus
- Gulikers, Pieter Joseph Hubertus
- Homburg, Aart Albert
- Krijger, Lodewijk Pieter
- Leeuwen van, Jacobus Albertus
- Manus, Rosette Susanna
- Nieuwkoop van, Nicolaas
- Noo de, Herman Pieter
- Pagter de, Jan
- Popta van, Taeke Wiepke
- Rijswijk van, Dirk Jan
- Rosendahl, Anna Elisabeth
- Schaft, Jannetje Johanna
- Sieraad, Johannes
- Stokmans, Johann Arnold Christoph
- Stol, Thomas
- Strating, Hendrik Marinus
- Strengholt, Roelof Gerard
- Vijlbrief, Elisabeth
- Wardenaar, Willem Cornelis sr.
- Wardenaar, Willem Cornelis jr.
- Warmenhoven, Simon Nicolaas
- Zeeuw, Jan
- Zwaag van der, Jan

Van deze uitgave uit 2005 is nog een beperkte voorraad beschikbaar via het Comité 4 en 5 mei Velsen.
Te bestellen via email:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Leendert van Toor
We ontvingen weer een aanvulling voor de slachtofferlijst:
Op uw website las ik dat u een lijst samenstelt van in de oorlog omgekomen Velsenaren of mensen die op Velsens grondgebied zijn omgekomen.
Welnu, mijn grootvader Leendert van Toor werd op 8 maart 1900 geboren in Scheveningen. Op 19 april 1928 trouwt hij in Velsen met mijn grootmoeder
Johanna Hendrika Blok (geboren 5 februari 1901 te Aalsmeer, overleden in IJmuiden op 2 juni 1977). Mijn opa is visser en op 15 augustus 1941 vertrekt hij met de stoomtrawler "Raaf" IJM 432 van NV Scheepsexploitatiemaatschappij "de Marezaten", aan de Trawlerkade 38 te IJmuiden, uit de haven van IJmuiden ter visvangst naar zee. Op 19 augustus 1941 had het schip terug zullen zijn. Van schip en 10 koppige bemanning is echter nooit meer iets vernomen. Tussen 16 en 18 augustus was er sprake van hevige luchtaanvallen op de kust, beantwoord door luchtafweergeschut, aldus getuigen. Het weer was overigens kalm. Derhalve wordt ervan uitgegaan dat de "Raaf" door oorlogsgeweld is vergaan. Het schip werd het laatst gezien op een gegist bestek van 52-45" NB en 3-55" OL. Een aantal slachtoffers waaronder mijn grootvader zijn vermeld in deel 39 van de gedenkboeken van de Oorlogsgravenstichting. De anderen zullen in het nog te verschijnen deel 43 worden opgenomen, zo is mij verzekerd.
De bemanning:
Schipper: Reinier C. Zegel, geb. 25-06-1887, Zeeweg 139 IJmuiden.
Stuurman: Nelis Sluimer, geb. 29-03-1885, De Roemerstraat 10 IJmuiden.
Machinist: Hendricus A.A. Blom, geb. 05-12-1900, Nieuwe Oostenburgerdwarssraat 7hs Amsterdam.
2e machinist: Cornelis Zwaan, geb. 20-07-1898, Bloemstraat 138 Amsterdam.
Jongste stoker: Arie van Roon, geb. 14-02-1904, Oostpad 12b Katwijk.
Kok: Arie Struijs, geb. 12-12-1876, Zeeweg 121 IJmuiden.
Matroos: Dirk Hoek, geb. 15-04-1894, Varkevisscherstraat 284 Noordwijk aan Zee.
Matroos: Willem Koning, geb. 30-01-1910, Duinhof 12, Katwijk aan Zee.
Matroos: Engel Dijkhuizen, geb. 07-09-1902, De Waal Malefijtstraat 147 Katwijk aan Zee.
Matroos: Leendert van Toor, geb. 08-03-1900, Braamstraat 5 IJmuiden.
Mijn opa liet vrouw en 3 dochters achter, waarvan mijn moeder de jongste was, slechts 6 maanden oud.
Mijn oma werd in '43 geevacueerd naar Drachten en keerde in '45 terug in de Braamstraat.
Tot aan de sloop van de toenmalige Braamstraat in de jaren zeventig heeft zij er gewoond.
Uiteraard ben ik altijd bereid u verder te helpen!
Met vriendelijke groet,
Leendert W. Brouwer
Gerard Smits
We werden benaderd door een nichtje van deze oud-Velsenaar die ons bijgevoegde informatie verstrekte.Gerard Smits (1906-1944)
Mijn oom, Gerard Smits, is in mei 1944 met zijn schip op een mijn gelopen en zijn lichaam is in Castricum aangespoeld, waar hij ook begraven ligt. Dat is in één zin wat er in de familie verteld werd en toen ik me onlangs vragen begon te stellen over het waar en hoe, ben ik toch eens op zoek gegaan in de hoop om via het internet wat wijzer te worden. Dat is vrij aardig gelukt.
Ik kwam al vlug in contact met het NIMH, het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, waar een lijst bestaat met daarop de naam Smits G A, geboren 19 januari 1906, dossier nummer 1323. Zo kreeg ik zijn Conduiteboekje in handen waarin zijn hele loopbaan na aankomst in Engeland stond opgetekend, met naam en datum, verlofdagen, vergoedingen, adressen, etc. en verder nog 3 verschillende steekkaarten met informatie. Uit al dit materiaal is het gelukt om een coherent beeld te krijgen van het doen en laten van Gerard Smits, beginnend op 27 september 1939.
Hij is bootsman op de trawler IJM 58 als deze in augustus 1939 gevorderd wordt door de Nederlandse marine om dienst te doen als boeienschip dat de naam Andijk krijgt. Na de val van Nederland in 1940, wijkt het schip uit naar Engeland (met bemanning en al) waar het omgebouwd wordt tot hulpmijnenveger. Officieel is Gerard Smits op 15 mei 1940 in Engeland aangekomen en de Andijk wordt ingedeeld bij de 64ste mijnenvegergroep te Holyhead.
Holyhead ligt aan de meest westelijke landtong tegenover Dublin en moet in de oorlog een strategische vaargeul geweest zijn. De bergingsruimte van de oude reddingsboot in Holyhead werd omgebouwd als ontmoetingsplaats voor de Royal Ducht Merchant Marines die daar gestationeerd waren. Nu is daar het Maritiem Museum in gevestigd. In de haven lagen toen ook drie Nederlandse schepen voor anker: een hospitaalschip, een bevoorradingsschip en eentje waar de zeelieden ingekwartierd waren.
In oktober 1941 wordt Gerard Smits overgeplaatst naar de hulpmijnenveger HMs En Avant en in december van dat jaar wordt hij op datzelfde schip gepromoveerd tot schipper.
De oorlog moet dan echt wel heel tastbaar geweest zijn voor iedereen want van 30/03/1942 t/m 03/04/1942 volgt hij een cursus schieten in Liverpool. Kort daarop, op 30 april 1942, trouwt hij met Elisabeth Catherina Jones die hij daar heeft leren kennen en aansluitend heeft hij gelukkig tien dagen verlof gekregen of genomen. (Zijn eerste vrouw, Gré De Ruyter was in 1937 overleden; de vier kinderen waren in Nederland achtergebleven)
Later, maar daar heb ik geen datum voor, is het nieuwe echtpaar verhuisd naar Parkeston, een gemeente die nu opgenomen is binnen de stadsgrenzen van Harwich, ca. 135 kilometer ten noordoosten van Londen. Deze haven blijkt altijd toegankelijk te zijn, onder alle weersomstandigheden en bij alle getijden. Blijkbaar gaat Gerard Smits nu op de Noordzee mijnen jagen.
Op 1 oktober van datzelfde jaar 1942 is hij aan boord van de Nederlandse mijnenveger Texel te vinden en op 19 oktober, dus echt heel kort daarop, wordt hij overgeplaatst als schipper op de HMs Marken. Met dit schip vaart hij tot 20 mei 1944, de fatale datum wanneer het op een akoestische mijn loopt. De mijnenveger explodeert, er is slechts één overlevende. Dit is gebeurd ter hoogte van lichtschip Sunk dat in de monding van de Theems lag. Op 25 mei 1944 werd het Rode Kruis ingelicht, Mrs E.C. Smits op 30 mei, en de acte van overlijden werd op 14-6-44 naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken gestuurd.
Nu moest ik nog uitzoeken wanneer Gerard Smits aangespoeld was in Castricum en hoe de familie op de hoogte gesteld werd – het was tenslotte toch nog oorlog nietwaar? Volgens een bidprentje wist ik wel dat de familie op 12 augustus 1944 via het “Roode Kruis” kennis genomen had van zijn overlijden.
Bij het Rode Kruis kreeg ik te horen dat tijdens de oorlog de informatie via Geneve liep die de gegevens doorgaf aan het Informatiebureau in Den Haag. Dit gebouw was gevestigd in het Bezuidenhout dat op 3 maart 1945 door geallieerde bombardementen volledig verwoest geweest is. Moest er een dossier bestaan hebben, dan is dat toen in vlammen opgegaan.
Bij de Oorlogsgravenstichting wisten ze mij dan weer te vertellen dat het stoffelijk overschot van Gerard Smits op 17 juni 1944 aangespoeld was op het strand bij Castricum, en dat hij op 18 juni 1944 op de algemene begraafplaats aldaar begraven werd. Blijkt dat men hem heeft kunnen identificeren aan de hand van zijn trouwring, de knopen van zijn marine-uniform en het naamplaatje dat hij om zijn hals droeg.
Tenslotte ontving ik later van de afdeling Collectie Nalatenschappen van het NIMH een ooggetuigenverslag van het ongeluk, opgemaakt drie dagen na het gebeuren. De Marken voer buitengaats Harwich als leider van de mijnenvegers Rozenburg en Terschelling, toen een “zeer hevige” explosie het schip in de hoogte tilde. Toen de waterzuil verdwenen was, was van het schip niets meer te zien dan wat wrakstukken. Eén matroos werd nog levend aan boord van de Terschelling gehaald maar de seiner overleed kort na zijn redding. Slechts één lijk is ter plaatse geborgen en men nam dus aan dat de overige leden van de bemanning op slag dood waren.
Gerard Albertus Smits rust nu op de begraafplaats van de protestantse gemeente bij de oude Hervormde Kerk te Castricum (Schoolstraat) tussen veelal onbekende geallieerden. Dit is een Militair Rijksgraf dat in 1951, namens de Nederlandse overheid, voorzien werd van een zogenaamde staande stichtingssteen, eentje met de Hollandse Leeuw er op. De Oorlogsgravenstichting is verantwoordelijk voor het onderhoud van dit graf en dat doen ze ook keurig.
Zo is mijn oom Gerard toch een beetje thuisgekomen, hé?
Broekhuijsen, H.G. van

Eerste zijstraat van de De Noostraat als je via het Pontplein IJmuiden binnenkomt.
H.G.(Hein) van Broekhuijsen van Broekhuijsen zat samen met zijn tweelingbroer en hun verloofdes in de verzetsgroep van de gebroeders Post en pater Pontianus. Door verraad zijn ze na een inval op hun woonadres Lijsterlaan 4, opgepakt. Hein is is de duinen van Bloemendaal gefusilleerd en ligt begraven op de Eerebegraafplaats te Bloemendaal.
Meer artikelen...
Pagina 1 van 2


