Toespraak Burgemeester Weerwind
Behalve militairen is er niemand meer op straat. De straatverlichting is gedoofd. In huis probeert men het zich gerieflijk te maken. Men weet dat er zich buitenshuis een andere wereld afspeelt. Het is oorlog. De wereldbrand van de periode 1940-1945 woedt volop. Hoe het eindigt weet niemand. Koningin Wilhelmina heeft ons land moeten verlaten. Vanuit Engeland spreekt zij via Radio Oranje ons volk moed in. Prinses Juliana woont gedwongen in Canada. Het zijn verontrustende jaren.Auto’s en fietsen, mogen alleen gedempt, flauw licht voeren. Vanuit de lucht is niet meer zichtbaar waar steden en dorpen liggen, alles is donker. Word je op straat gezien, dan loop je het risico te worden opgepakt. Of erger.
De verduistering was een van de maatregelen die het directe resultaat waren van de bezetting. Tijdens de oorlog waren mensen niet vrij op straat.
Wat een tegenstelling met nu! Nederland is een vrij land, een democratie waar de grondrechten worden gerespecteerd. Ons land heeft van oudsher haar venster op de wereld gericht. Velen vonden hier een thuishaven. We zijn ermee vertrouwd geraakt dat verschillende culturen naast en met elkaar kunnen wonen en leven. Natuurlijk roept onze multiculturele samenleving van tijd tot tijd ook spanning op. Dat zal altijd zo blijven. Vanuit deze spanning zullen we samen ontdekken hoe bevoorrecht we hier zijn. Ons vrije land, onze democratische rechtsstaat, kan ons doen beseffen dat helaas mensen niet overal vrij zijn om te gaan en staan waar ze willen. We hoeven de krant maar open te slaan om te zien op hoeveel plaatsen ter wereld mensen niet vrij over straat kunnen. Denk aan de talrijke conflictregio’s die vaak in het nieuws komen zoals Irak, de Palestijnse gebieden of Iran. Denk aan landen waar spelende kinderen het slachtoffer worden van niet opgeruimde mijnen langs de kant van de weg.
Kijk ook naar de afgelopen maanden: spanningen in Tunesië, Egypte, Jemen, Bahrein en Libië volgden elkaar in hoog tempo op. We hebben de beelden nog vers op het netvlies staan. Het lijkt ver van huis maar dat is het niet. Door de moderne telecommunicatie is onze wereld steeds kleiner geworden. Via radio, televisie, internet en onze mobiele telefoons komt het schokkende wereldnieuws in hoog tempo bij ons. Het is alsof Egypte en Jemen en Libië delen van onze samenleving zijn geworden, van onze eigen stad, dorp en omgeving, van onze straat.
Dames en heren, sinds de Tweede Wereldoorlog kennen we in ons land vrede, onvoorstelbare voorspoed, technische revoluties, globalisering en migratie. We leven altijd nog in hetzelfde land, maar tegelijkertijd is het in die zesenzestig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog een ander land geworden; een land met nieuwe perspectieven.
De ouderen onder ons, zij die de Wereldbrand van ’40-’45 bewust hebben meegemaakt, vormen ons collectieve geheugen. Dit geheugen dragen zij aan ons over om ons doen beseffen wat vrijheid voor waarde heeft. Ik weet het: ‘Vrijheid wereldwijd’ is veelomvattend. Hieraan zullen we dag voor dag in gezamenlijkheid moeten werken. In onze straat, in onze wijk, in onze stad, in ons land, in Europa en wereldwijd. Onze vrijheid lijkt soms logisch, lijkt op een verworven recht, maar is dat in feite niet. Pas als we dit besef tot ons laten doordringen kunnen we de onvrijheid in andere delen van de wereld leren invoelen.
Gelukkig zijn er altijd mensen die zich inzetten voor de vrijheid. In 1955 weigerde burgerrechtenactiviste Rosa Parks haar plaats in de bus af te staan aan een blanke medereiziger, zoals de wet van Alabama aan Afro-Amerikanen voorschreef. Rosa Parks sprak de legendarische woorden: “All I was doing was trying to get home from work.” Met haar weigering zette ze de afschaffing van de rassenscheiding in gang. Een ander voorbeeld is de Braziliaanse Mayra Avellar Neves. Zij organiseerde in 1991 op elfjarige leeftijd een grote protestmars tegen het geweld in een sloppenwijk van Rio de Janeiro omdat ze weigerde zich neer te leggen bij de rechteloosheid op straat waarmee mensen in deze wijken dagelijks te maken kregen. Het zijn twee van de vele ontroerende voorbeelden van de strijd die velen wereldwijd voeren voor vrijheid.
Dames, heren, het aantal mensen dat de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt neemt af. Dit betekent echter niet dat de belangstelling voor 4 en 5 mei ook daalt. Het draagvlak voor herdenken en vieren blijft bij naoorlogse generaties juist onverminderd groot. Iets wat blijkt uit de resultaten van het Nationaal Vrijheidsonderzoek.
Herdenken en vieren spreken mensen aan, ongeacht hun leeftijd, status, huidskleur, culturele herkomst, religieuze overtuiging of politieke voorkeur.
Ik ben dan ook van mening dat de Nationale herdenking op 4 mei en Bevrijdingsdag op 5 mei een sterke bindende waarde hebben voor de samenleving. Binding en vrijheid, twee thema’s die elkaar versterken.
Voor echte vrijheid zal solidariteit, nationaal en internationaal, hoog op de agenda moeten blijven staan. Voor echte vrijheid zullen we ons in onze hoedanigheid van wereldburger bewust verbonden moeten willen voelen met elkaar. Deze verbondenheid stijgt boven onze landsgrenzen uit. Alleen zo kunnen we bereiken dat op een dag op alle plaatsen in de wereld mensen vrij over straat kunnen. Laat dat vanavond en daarna ons aller streven zijn! Laat er ook vrijheid in de straten van Cairo, Tripoli, Teheran zijn en van al die andere plaatsen en landen waar vrijheid op straat geen gemeengoed is.
Ik dank u wel.


