Herdenking 2011
Toespraak Burgemeester Weerwind
Behalve militairen is er niemand meer op straat. De straatverlichting is gedoofd. In huis probeert men het zich gerieflijk te maken. Men weet dat er zich buitenshuis een andere wereld afspeelt. Het is oorlog. De wereldbrand van de periode 1940-1945 woedt volop. Hoe het eindigt weet niemand. Koningin Wilhelmina heeft ons land moeten verlaten. Vanuit Engeland spreekt zij via Radio Oranje ons volk moed in. Prinses Juliana woont gedwongen in Canada. Het zijn verontrustende jaren.Auto’s en fietsen, mogen alleen gedempt, flauw licht voeren. Vanuit de lucht is niet meer zichtbaar waar steden en dorpen liggen, alles is donker. Word je op straat gezien, dan loop je het risico te worden opgepakt. Of erger.
De verduistering was een van de maatregelen die het directe resultaat waren van de bezetting. Tijdens de oorlog waren mensen niet vrij op straat.
Wat een tegenstelling met nu! Nederland is een vrij land, een democratie waar de grondrechten worden gerespecteerd. Ons land heeft van oudsher haar venster op de wereld gericht. Velen vonden hier een thuishaven. We zijn ermee vertrouwd geraakt dat verschillende culturen naast en met elkaar kunnen wonen en leven. Natuurlijk roept onze multiculturele samenleving van tijd tot tijd ook spanning op. Dat zal altijd zo blijven. Vanuit deze spanning zullen we samen ontdekken hoe bevoorrecht we hier zijn. Ons vrije land, onze democratische rechtsstaat, kan ons doen beseffen dat helaas mensen niet overal vrij zijn om te gaan en staan waar ze willen. We hoeven de krant maar open te slaan om te zien op hoeveel plaatsen ter wereld mensen niet vrij over straat kunnen. Denk aan de talrijke conflictregio’s die vaak in het nieuws komen zoals Irak, de Palestijnse gebieden of Iran. Denk aan landen waar spelende kinderen het slachtoffer worden van niet opgeruimde mijnen langs de kant van de weg.
Kijk ook naar de afgelopen maanden: spanningen in Tunesië, Egypte, Jemen, Bahrein en Libië volgden elkaar in hoog tempo op. We hebben de beelden nog vers op het netvlies staan. Het lijkt ver van huis maar dat is het niet. Door de moderne telecommunicatie is onze wereld steeds kleiner geworden. Via radio, televisie, internet en onze mobiele telefoons komt het schokkende wereldnieuws in hoog tempo bij ons. Het is alsof Egypte en Jemen en Libië delen van onze samenleving zijn geworden, van onze eigen stad, dorp en omgeving, van onze straat.
Dames en heren, sinds de Tweede Wereldoorlog kennen we in ons land vrede, onvoorstelbare voorspoed, technische revoluties, globalisering en migratie. We leven altijd nog in hetzelfde land, maar tegelijkertijd is het in die zesenzestig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog een ander land geworden; een land met nieuwe perspectieven.
De ouderen onder ons, zij die de Wereldbrand van ’40-’45 bewust hebben meegemaakt, vormen ons collectieve geheugen. Dit geheugen dragen zij aan ons over om ons doen beseffen wat vrijheid voor waarde heeft. Ik weet het: ‘Vrijheid wereldwijd’ is veelomvattend. Hieraan zullen we dag voor dag in gezamenlijkheid moeten werken. In onze straat, in onze wijk, in onze stad, in ons land, in Europa en wereldwijd. Onze vrijheid lijkt soms logisch, lijkt op een verworven recht, maar is dat in feite niet. Pas als we dit besef tot ons laten doordringen kunnen we de onvrijheid in andere delen van de wereld leren invoelen.
Gelukkig zijn er altijd mensen die zich inzetten voor de vrijheid. In 1955 weigerde burgerrechtenactiviste Rosa Parks haar plaats in de bus af te staan aan een blanke medereiziger, zoals de wet van Alabama aan Afro-Amerikanen voorschreef. Rosa Parks sprak de legendarische woorden: “All I was doing was trying to get home from work.” Met haar weigering zette ze de afschaffing van de rassenscheiding in gang. Een ander voorbeeld is de Braziliaanse Mayra Avellar Neves. Zij organiseerde in 1991 op elfjarige leeftijd een grote protestmars tegen het geweld in een sloppenwijk van Rio de Janeiro omdat ze weigerde zich neer te leggen bij de rechteloosheid op straat waarmee mensen in deze wijken dagelijks te maken kregen. Het zijn twee van de vele ontroerende voorbeelden van de strijd die velen wereldwijd voeren voor vrijheid.
Dames, heren, het aantal mensen dat de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt neemt af. Dit betekent echter niet dat de belangstelling voor 4 en 5 mei ook daalt. Het draagvlak voor herdenken en vieren blijft bij naoorlogse generaties juist onverminderd groot. Iets wat blijkt uit de resultaten van het Nationaal Vrijheidsonderzoek.
Herdenken en vieren spreken mensen aan, ongeacht hun leeftijd, status, huidskleur, culturele herkomst, religieuze overtuiging of politieke voorkeur.
Ik ben dan ook van mening dat de Nationale herdenking op 4 mei en Bevrijdingsdag op 5 mei een sterke bindende waarde hebben voor de samenleving. Binding en vrijheid, twee thema’s die elkaar versterken.
Voor echte vrijheid zal solidariteit, nationaal en internationaal, hoog op de agenda moeten blijven staan. Voor echte vrijheid zullen we ons in onze hoedanigheid van wereldburger bewust verbonden moeten willen voelen met elkaar. Deze verbondenheid stijgt boven onze landsgrenzen uit. Alleen zo kunnen we bereiken dat op een dag op alle plaatsen in de wereld mensen vrij over straat kunnen. Laat dat vanavond en daarna ons aller streven zijn! Laat er ook vrijheid in de straten van Cairo, Tripoli, Teheran zijn en van al die andere plaatsen en landen waar vrijheid op straat geen gemeengoed is.
Ik dank u wel.
4 mei Jantje Bosch
was het toen ook zo mooi weer?
ja, vaak nog wel mooier-
ik bekijk de dvd
die ik bestel bij bolpuntcom
hij duurt negen uur
ik zie de plekken aan me voorbij gaan
waar nu bossen ruisen
gras groeit
stilte en verlatenheid heerst
dit is het verhaal van de ander
die je zelf had kunnen zijn
het verhaal van toen en nu en zij en wij
wij zijn nu vrij
en zij-
nog nooit zo lang
zo lang achtereen
vrij geweest
om over straat te lopen
te winkelen en te spelen
vrij, niet altijd veilig
want altijd veilig
is nooit geweest
soms vergeten we dat
we onze onschuld
onze liefdes
verloren in de oorlog
ook Velsen verloor zijn onschuld
in de oorlog
het lam van Velsen
is meer dan een offerlam
het moet ons behoeden
en helpen herdenken
jantje bosch
4 mei 2011
Gedicht Trots
Gedicht voorgedragen door Christian Heijblom
Trots
Een man, daar in mijn kamer,
ik zie hem, maar toch niet.
Hij zit daar maar te staren,
zonder dat iemand hem ziet.
Een man daar in mijn kamer,
ik ken hem, maar toch niet.
Ik vraag het aan mijn moeder,
maar mijn moeder ziet hem niet.
Bij mijn opa staat een foto,
in een lijstje op de kast.
Als ik hem vraag:“Wie zijn dat?”
dan antwoordt hij verrast;
“Die daar, dat is mijn vader.
Hij was jong en onbevreesd.
Hij is ooit een soldaat
in ons leger geweest. “
Een man, daar in mijn kamer,
Ik zie hem, maar toch niet.
Zachtjes snikkend huilt hij tranen,
Maar van trots, niet van verdriet…
Toespraak Martin Noorman
Toespraak Martin Noorman, voorzitter Comité 4 en 5 mei Velsen
4 mei 2011
Dames en heren, jongens en meisjes,
Het Comité 4 en 5 mei Velsen heet u hartelijk welkom bij deze herdenkingsbijeenkomst. Fijn dat u er bent.
Het is goed om met elkaar, jong en oud, stil te staan bij de Nederlandse slachtoffers die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zijn te betreuren.
De gebeurtenissen in de periode 1940 -1945 legden de droevige basis voor de huidige herdenkingsplechtigheden op 4 mei.
Wij herdenken dan de slachtoffers en beseffen ons dat vrijheid niet vanzelfsprekend is.
Het herdenken en beseffen is ook in deze tijd nog steeds actueel.
De afgelopen jaren heb ik tijdens mijn toespraken helaas meerdere keren stil moeten staan bij de Nederlandse slachtoffers tijdens missies in Irak en Afghanistan.
Na 4 mei 2010 is de 25-jarige korporaal Luc Janzen in Afghanistan omgekomen door een bermbom. Zo actueel is het.
Het thema van het Nationaal Comité 4 en 5 mei is dit jaar: ‘Vrijheid wereldwijd; vrijheid op straat.’ In het programmaboekje dat u heeft gekregen schrijf ik hoe actueel dit thema is.
Wij kunnen straks zonder gevaar Plein 1945 opgaan.
Wij kunnen straks de straat op om de herdenkingstocht naar Westerveld te lopen.
De inwoners van onder andere Egypte, Syrië en Libië zal dat vreemd in de oren klinken.
De mensen die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt kunnen zich een voorstelling maken wat de mensen in de net genoemde landen meemaken.
Een voorbeeld: mijn moeder heeft mij eens verteld wat er in haar omging toen zij als jong meisje feest vierde op de Dam in Amsterdam. Hoewel Duitsland al had gecapituleerd vond op 7 mei 1945 een schietpartij plaats waar ongeveer 20 doden en veel gewonden vielen. De paniek was compleet en zij dacht toen maar aan één ding: hoe kom ik uit het schootsveld.
Mijn moeder ervaart de beelden uit Syrië anders dan ik.
Zoals gezegd kunnen wij straks zonder gevaar de straat opgaan.
Wij voelen ons in het algemeen veilig. Dat wil niet zeggen dat mensen geen onveiligheidsgevoelens kennen.
Uit de jaarlijkse Integrale Veiligheidsmonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat eind 2010 26 procent van de Nederlanders zich wel eens onveilig voelde. Het aandeel inwoners dat zich vaak onveilig voelt veranderde de afgelopen jaren nauwelijks en schommelt meestal rond de 2 procent.
Mensen voelen zich in hun eigen buurt minder onveilig dan in het algemeen. Ongeveer één op de zes inwoners gaf aan zich wel eens onveilig te voelen in de eigen buurt.
Michiel Holtackers, een commissaris van politie, wijst in zijn bijdrage als gastschrijver op de website van het Nationaal Comité op de geboekte resultaten in het organiseren van de vrijheid op straat. Een vooruitgang die wat hem betreft in positieve zin scherp afsteekt bij wat zich elders in de wereld afspeelt.
Vrijheid om te bewegen op straat, zonder oorlog, zonder gevaar lijkt in Nederland zo vanzelfsprekend.
De vraag is hoe wij met die vrijheid omgaan? Hoeveel ruimte geven wij elkaar eigenlijk? Hoe bewust zijn wij van onze vrijheid?
Zonder de ogen te sluiten voor dramatische incidenten van eenlingen zoals onlangs in Alphen aan de Rijn.
Zonder hufterig of crimineel gedrag weg te poetsen.
Zonder de groep die wel onveiligheidsgevoelens heeft als zeurkousen weg te zetten, durf ik de stelling aan dat wij in Nederland, over het algemeen genomen, goed met die vrijheid omgaan.
Dat betekent niet dat wij op onze lauweren kunnen gaan rusten.
Wij moeten blijven investeren in de mogelijkheid om ons in vrijheid op straat te kunnen bewegen.
Dat betekent elkaar ruimte geven.
Dat betekent elkaar ook durven aanspreken.
Dat betekent ook gewoon aardig naar elkaar toe doen.
Wij zijn ons bewust dat wij zonder gevaar straks de straat op kunnen gaan.
Wij moeten ons bewust zijn dat in Nederland niet altijd deze vrijheid is geweest: de vrijheid is in 1940 – 1945 zwaar bevochten.
Wij moeten ons bewust zijn dat de vrijheid op straat op dit moment niet overal in de wereld vanzelfsprekend is.
Met dit bewustzijn is aan ons, jong en oud, de taak dagelijks te investeren in vrijheid op straat.
Meer artikelen...
Pagina 1 van 2


